Over Side
Side is een van de bekendste locaties met klassieke oudheid in Turkije. Het is vandaag de dag een vakantieoord aan de zuidkust van Turkije, in de buurt van de dorpen Manavgat en Selimiye, 75 km van de stad Antalya in de provincie Antalya. Het is gelegen op het oostelijke deel van de Pamphylische kust, ongeveer 20 km ten oosten van de monding van de rivier Eurymedon. De oude stad ligt op een klein noord-zuid-schiereiland van ongeveer 1 km lang en 400 m breed.

Geschiedenis
Zowel Strabo als Arrianus beschrijven dat Side werd geregeerd uit Cyme in Aeolis, een regio van West-Anatolië. Waarschijnlijk ontstaat er kolonisatie in de zevende eeuw voor Christus. Het bezitten van een goede haven voor kleine ambachtelijke boten, maakt Side in combinatie met de geografie een van de belangrijkste plaatsen in Pamphylia en een van de belangrijkste handelscentra in de regio. Volgens Arrianus, konden kolonisten toen deze uit Cyme naar Side kwamen, het dialect niet begrijpen. Na een korte tijd was de invloed van deze inheemse tongval zo groot dat de nieuwkomers hun moedertaal Grieks vergaten en de taal van Side gingen gebruiken. Opgravingen hebben verscheidene inscripties geschreven in deze taal onthuld. De inscripties, daterend uit de derde en tweede eeuw voor Christus, blijven onontcijferd, maar getuigen dat de lokale taal nog steeds in gebruik was, enkele eeuwen na de kolonisatie. Een ander object dat tijdens opgravingen in Side is gevonden, een kolomzuil van de zevende eeuw voor Christus overgebleven van de Neo-Hittieten, levert verder bewijs van de vroege geschiedenis van de plaats. De naam Side is Anatolisch van oorsprong en betekent granaatappel.
Alexander de Grote
Alexander de Grote bezette Side zonder strijd in 333 v.Chr. Alexander liet slechts een enkel garnizoen achter om de stad te bezetten. Dit bezet op zijn beurt, leidt het volk van Side naar de Hellenistische cultuur, die er bloeide van de vierde tot de eerste eeuw voor Christus. Na de dood van Alexander viel Side onder de controle van een van de generaals van Alexander, Ptolemaeus I Soter, die zichzelf tot koning van Egypte verklaarde in 305 v.Chr. De Ptolemaeïsche dynastie beheerste Side tot het werd veroverd door het Seleuciden Rijk in de tweede eeuw voor Christus. Ondanks deze bezetten wist Side een zekere autonomie te bewaren, groeide snel en werd een belangrijk cultureel centrum.
In 190 vC versloeg een vloot van de hoofstad van het Griekse eiland Rhodos, ondersteund door Rome en Pergamum, de vloot van de Seleucidische koning Antiochus de Grote, onder het commando van de voortvluchtige Carthaagse generaal Hannibal. De nederlaag van Hannibal en Antiochus de Grote betekende dat Side zich bevrijdde van de heerschappij van het Seleuciden Rijk. Het Verdrag van Apamea (188 vC) dwong Antiochus ertoe het hele Europese grondgebied te verlaten en om alle delen van Klein-Azië ten noorden van het Taurus gebergte af te staan aan Pergamum. Echter de heerschappij van Pergamum bereikt slechts het gezied tot aan Perga, waardoor Oost-Pamphylia in een staat van onzekere vrijheid terecht kwam. Dit leidde ertoe dat Attalus II Philadelphus een nieuwe haven in de stad Attalia (het huidige Antalya) bouwde, hoewel al Side zelf al een belangrijke haven bezat. Tussen 188 en 36 v.Chr slaat Side zijn eigen geld, met daarop een lauwerkrans (het teken van de overwinning).
In de eerste eeuw voor Christus, bereikte Side een hoogtepunt toen de Cilicische gevestigde piraten er hun marinebasis en een centrum voor de slavenhandel opzetten.
Tempel van Apollo
De consul Servilius vatia versloeg deze bandieten in 78 voor Christus en later de Romeinse generaal Pompeius in 67 vC, waardoor Side onder de controle van Rome kwam waardoor zijn tweede periode van gezag begon, waarin een goede werkrelatie met het Romeinse Rijk werd opgezet en onderhouden. Keizer Augustus hervormde het bestuur en regeerde Pamphylia en Side in de Romeinse provincie Galatië in 25 voor Christus, na de korte regeerperiode van Amyntas van Galatië tussen 36 en 25 v.Chr. Side begon aan een welvarende periode als een commercieel centrum in Klein-Azië via haar handel in olijfolie. De bevolking groeide tot 60.000 inwoners. Deze periode duurde tot ver in de derde eeuw na Christus. Side had zichzelf gevestigd als een centrum voor slavenhandel in de Middellandse Zee. De grote commerciële vloot hield zich bezig met piraterij, terwijl de rijke kooplieden betaalden voor diverse eerbetonen zoals openbare werken en monumenten, en wedstrijden zoals spelen en gladiatorengevechten. De meeste van de bestaande ruïnes in Side dateren uit deze periode van voorspoed.
Side onderging een gestage daling vanaf de vierde eeuw. Zelfs defensieve muren konden de opeenvolgende invasies van hooglanders uit het Taurus gebergte niet stoppen. Tijdens de vijfde en zesde eeuw ervaarde Side een heropleving, en werd de zetel van het bisdom van Oost Pamphylia. Niettemin plunderden Arabische Side en werden er delen van in brand gestoken tijdens de zevende eeuw. De combinatie van aardbevingen, christelijke fanatici en Arabische invallen, zorgde ervoor dat de plaats in de 10e eeuw werd verlaten, de burgers emigreerden naar het nabijgelegen Antalya.
In de twaalfde eeuw, vestigde Side zich tijdelijk eens te meer als een grote stad. Een inscriptie gevonden op de plek van de voormalige oude stad toont een aanzienlijke joodse bevolking in de vroege Byzantijnse tijd. Side werd echter weer verlaten nadat het geplunderd werd. De bevolking verhuisde naar Antalya en Side werd bekend als Eski Adalia ( "Oude Antalya") en werd begraven.
Historiche plaatsen
De grote ruïnes behoren tot de meest opvallende in Klein-Azië. Zij bestrijken een groot kaap waar ze door een muur en een gracht gescheiden worden van het vasteland. Tijdens de middeleeuwen werden de muur en gracht gerepareerd en de kaap herbergt een schat aan bouwwerken.
Er zijn kolossale ruïnes van een theatergebouw, de grootste van Pamphylia, sterk gelijkend gebouwd aan een Romeins amfitheater, dat berust op bogen om de enorme zegen te ondersteunen. De Romeinse stijl werd gebruikt omdat Side geen te gebruiken heuvel had die kon worden uitgehold in de gebruikelijke Griekse stijl die meer typisch was voor Klein-Azië. Het theater is minder goed behouden dan het theater in Aspendos, maar het is bijna zo groot, met zitplaatsen voor 15.000 - 20.000 mensen. Met de tijd en door verschuiving van de aarde, is de toneelmuur over het podium ingestort en de orkestbak is een stortvloed van losse blokken. Het werd veranderd in een openlucht heiligdom met twee kapellen tijdens de Byzantijnse tijd (5e-6e eeuw)
De goed bewaarde stadsmuren bieden toegang tot de plaats via de Hellenistische hoofdpoort (Megale Pyle) van de oude stad, hoewel dit hek uit de tweede eeuw voor Christus zwaar is beschadigd. Daarachter is een straat van zuilen, waarvan de marmeren kolommen niet langer heel zijn, al wat overblijft zijn een paar gebroken stompen in de buurt van de oude Romeinse baden. De straat leidt tot een openbaar bad, hersteld als museum dat beelden en sarcofagen uit de Romeinse periode tentoon stelt. Daarachter is het plein agora met de overblijfselen van de ronde Tyche en Fortuna tempel (2e eeuw v. Chr.), met twaalf zuilen in het midden. In latere tijden werd het gebruikt als een handelscentrum waar piraten slaven verkochten. De resten van het theater, dat werd gebruikt voor gladiatorengevechten en later als kerk, en de monumentale poort dateren uit de 2e eeuw. De vroege Romeinse tempel van Dionysus is in de buurt van het theater. De fontein bij de ingang is hersteld. Aan de linkerkant zijn de overblijfselen van een Byzantijnse basiliek. Het openbare bad is ook gerestaureerd.
De overige ruïnes van Side omvatten drie tempels, een aquaduct en een nymphaeum. Side's nymphaeum - een grot met een natuurlijke watervoorziening gewijd aan de nimfen - was een kunstmatige grot of fontein gebouwd aan de hand van een ingewikkeld ontwerp.
Turkse archeologen verrichten nog steeds met tussenpozenopgravingen in Side sinds 1947.
In 1895 werden Griekse islamitische vluchtelingen uit Kreta verplaatst naar de verwoeste stad en noemde het Selimiye. Vandaag de dag is Side een populaire vakantiebestemming en ervaart een nieuwe opleving.
Het was een populaire plek voor het kijken naar de zonsverduistering van 29 maart 2006.
Na het bisdom van Oost Pamphylia, is er nog steeds een titulair zien van de rooms-katholieke kerk.








